Hebreeuws Mattheüs

Hoofstukken:

1.

אֵלֶּה תּוֹלְדוֹת יֵשׁוּעַ בֶּן-דָּוִד בֶּן-אַבְרָהָם

Dit is het voorgeslacht van Jesjoea, de Zoon van Davied, de Zoon Avraham.

Dit vers is een typisch Hebreeuwse schrijfwijze, zoals ook in Gen. 5 en Ruth 4:18-22.
‘dit is’ in Münster staat: ‘Het tellen van’
‘Jesjoea’, in Münster staat: ‘Jesjoea, de Messias’

2.

אַבְרָהָם הוֹלִיד אֶת-יִצְחָק וַיִצְחָק הוֹלִיד אֶת-יַעֲקֹב וְיַעֲקֹב הוֹלִיד אֶת-יְהוּדָה וְאֶחָיו

Avraham verwekte Jitschaaq.
En Jitschaaq verwekte Jaäqov.
En Jaäqov verwekte J’hoedah en zijn broers.

Avraham: (Abraham) vader heeft lief, volgens Gen. 17:5: vader van vele volkeren
Jitschaaq: (Izak of Izaäk) hij lacht
Jaäqov: (Jakob) hij houdt de hiel vast
J’hoedah: (Juda) JAHWEH zal geprezen worden

3.

וִיהוּדָה הוֹלִיד אֶת-פֶּרֶץ וְזֶרַח מִתָּמָר וּפֶּרֶץ הוֹלִיד אֶת-חֶצְרוֹן וְחֶצְרוֹן הוֹלִיד אֶת-רָם

En J’hoedah verwekte Perrets en Zerrach bij Tamaar.
En Perrets verwekte Chetsron.
En Chetsron verwekte Raam.

Perrets: (Perez) breuk
Zerrach: (Zerah) lichtglans
Tamaar: palmboom, een Filistijnse
Chetsron (Hezron) omsloten
Raam: (Ram of Aram) verheven

4.

וְרָם הוֹלִיד אֶת-עַמִּינָדָב וְעַמִּינָדָב הוֹלִיד אֶת-נַחְשׁוֹן וְנַחְשׁוֹן הוֹלִיד אֶת-שַׂלְמוֹן

En Raam verwekte Amminadaav.
En Amminadaav verwekte Nachsjon.
En Nachsjon verwekte Salmon.

Amminadaav: (Aminadab) mijn verwant is vrijgevig
Nachsjon: (Nahesson) slang
Salmon: ‘kleed’ of ‘vonk’

5.

וְשַׂלְמוֹן הוֹלִיד אֶת-בּוֹעַז מִרָחָב הַזּוֹנָה וְבּוֹעַז הוֹלִיד אֶת-עוֹבֵד מִרוּת וְעוֹבֵד הוֹלִיד אֶת-יִשַׁי

En Salmon verwekte Boaz bij Rachaav, de hoer.
En Boaz verwekte Oveed bij Roet.
En Oveed verwekte Jisjaj.

Boaz: in hem is mijn sterkte
Rachaav: (Rachab) breed uitgestrekt, een Kanaänitische
Oveed: (Obed) dienaar
Roet: (Ruth) metgezellin(?), een Moabitische
Jisjaj: (Isaï) Hij is mijn JAHWEH

6.

וְיִשַׁי הוֹלִיד אֶת-דָּוִד הַמֶּלֶךְ וְדָּוִד הַמֶּלֶךְ הוֹלִיד אֶת-שְׁלֹמֹה מִאֵשֶׁת אוּרִיָּה

En Jisjaj verwerkte Davied, de koning.
En Davied, de koning, verwekte Sj’lomoh, bij haar die was de vrouw van OeriJAH.

Davied: (David) beminde
Sj'lomoh: (Salomo) ‘rijk aan vrede’ of ‘Hij is de vrede’
OeriJAH: (Uria) Licht is mijn JAHWEH, een Hethiet

7.

וְשְׁלֹמֹה הוֹליִד אֶת-רְחַבְעָם וּרְחַבְעָם הוֹלִיד אֶת-אֲבִיָּה וְאֲבִיָּה הוֹלִיד אֶת-אָסָא

En Sj’lomoh verwekte R’chavaam.
En R’chavaam verwekte AviJAH.
En AviJAH verwekte Asa.

R'chavaam: (Rehabeam) uitgebreid is het volk, zijn moeder heette Naämah, een Ammonitische
AviJAH: (Abia) vader is JAHWEH
Asa: genezen

8.

וְאָסָא הוֹלִיד אֶת-יְהוֹשָׁפָט וִיְהוֹשָׁפָט הוֹלִיד אֶת-יוֹרָם וִיוֹרָם הוֹלִיד אֶת-עוּזּיָּה

En Asa verwekte J’hosjaphaat.
En J’hosjaphaat verwekte Joram.
En Joram verwekte OeziJAH.

J’hosjaphaat: (Josafat) JAHWEH richt
Joram: (Joram) JAHWEH is verheven
OeziJAH of OeziJAHOE: (Uzzia) sterkte is JAHWEH
In 1 Kron. 3:12 wordt OeziJAH AzarJAH (Azaria) genoemd

9.

וְעוּזּיָּה הוֹלִיד אֶת-יוֹתָם וְיוֹתָם הוֹלִיד אֶת-אָחָז וְאָחָז הוֹלִיד אֶת-חִזְקִיָּה

En OeziJAH verwekte Jotaam.
En Jotaam verwekte Achaaz.
En Achaaz verwekte ChizqiJAH.

Jotaam: (Jotham) JAHWEH is volmaakt
Achaaz: (Achaz) Hij houdt vast
ChizqiJAH of ChizqiJAHOE: (Hizkia) sterkte is JAHWEH

10.

וְחִזְקִיָּה הוֹלִיד אֶת-מְנַשֶׁה וּמְנַשֶׁה הוֹלִיד אֶת-אָמוֹן וְאָמוֹן הוֹלִיד אֶת-יֹאשִׁיָּה

En ChizqiJAH verwekte M’nasjeh.
En M’nasjeh verwekte Amon.
En Amon verwekte JosjiJAH.

M’nasjeh: (Manasse) doende vergeten
Amon, betrouwbaar
JosjiJAH of JosjiJAHOE: (Josia) JAHWEH schraagt

11.

וְיֹאשִׁיָּה הוֹלִיד אֶת-יְכָנְיָה וְאֶחָיו בַּגָּלוּת בָּבֶל

En JosjiJAH verwekte J’chanJAH en zijn broers tijdens de ballingschap in Bavel.

J’chanJAH: (Jechonia) JAHWEH bevestigt
Bavel: (Babel) verwarring (van talen), zie Gen. 11:9

12.

וְאַחַר גָּלוּת בָּבֶל יְכָנְיָה הוֹלִיד אֶת-שְׁאַלְתִּיאֵל וּשְׁאַלְתִּיאֵל הוֹלִיד אֶת-זְרוּבָּבֶל

En na de ballingschap in Bavel verwekte J’chanJAH Sjealtieel.
En Sjealtieel verwekte Z’roebavel.

‘gevestigd’, letterlijk: ‘etsen’ en ‘graveren’
Sjealtieel: (Sealthiël) ik heb El gevraagd
Z'roebavel: (Zerubbabel) zaad van Bavel

13.

וּזְרוּבָּבֶל הוֹלִיד אֶת-אֲבִיהוּד וְאֲבִיהוּד הוֹלִיד אֶת-אֶלְיָקִים וְאֶלְיָקִים הוֹלִיד אֶת-עַזּוּר

En Z’roebavel verwekte Avihoed.
En Avihoed verwekte Eljaqiem.
En Eljaqiem verwekte Azzoer.

Avihoed: (Abihud) vader is majesteit
DuTillet, en Münster in de kantlijn, noemt de naam ‘Avner’ (vader is lamp) als zoon van Abihoed en vader van Eljakim.
Eljaqiem: (Eljakim) El zal bevestigen
Azzoer: (Azor) geholpen

14.

וְעַזּוּר הוֹלִיד אֶת-צָדוֹק וְצָדוֹק הוֹלִיד אֶת-אָקִים וְאָקִים הוֹלִיד אֶת-אֱלִיהוּד

En Azzoer verwekte Tsadoq.
En Tsadoq verwekte Aqiem.
En Aqiem verwekte Elihoed.

Tsadoq: (Zadok) rechtvaardig
Aqiem: (Akim) verkorte vorm van Jojaqiem (Jojakim), JAHWEH richt op
Elihoed: (Eliud) El is majesteit

15.

וְאֱלִיהוּד הוֹלִיד אֶת-אֶלְעָזָר וְאֶלְעָזָר הוֹלִיד אֶת-מַתָּן וּמַתָּן הוֹלִיד אֶת-יַעֲקֹב

En Elihoed verwekte Elazaar.
En Elazaar verwekte Mattaan.
En Mattaan verwekte Jaäqov.

Elazaar: (Eleazar) El heeft geholpen
Mattaan: (Matthan) gave (van El)

16.

וְיַעֲקֹב הוֹלִיד אֶת-יוֹסֵף
הוּא יוֹסֵף אֲבִי מִרְיָם אִם יֵשׁוּעַ הַנִּקְרָא מָשִׁיחַ וּבְלֹעֵז קְרִיסְטוֹס

En Jaäqov verwekte Joseeph.
Hij, Joseeph, is de vader van Mirjaam, de moeder van Jesjoea, die genoemd wordt de Messias en in de vreemde taal genoemd wordt Christos.

Joseeph: (Jozef) JAHWEH voege bij
‘vader’ is overgenomen uit twee ongepubliceerde versies van Shem Tov, in de Peshitta staat ‘gabra’ (גַּברָה), wat betekent: ‘machtige man’ of ‘huisvader’.
Mirjaam: weerspannige(?)
‘de moeder van Jesjoea’ in DuTillet en Münster staat: ‘uit welke geboren wordt Jesjoea’
Jesjoea: (Jezus) JAHWEH is verlossing
Messias en Christos (Christus): gezalfde
Vreemde taal: Grieks

17.

וְכֹל תּוֹלְדוֹת מִאַבְרָהָם עַד דָּוִד תּוֹלְדוֹת י"ד וּמִדָּוִד עַד גָּלוּת בָּבֶל תּוֹלְדוֹת י"ד וּמִגָּלוּת בָּבֶל עַד יֵשׁוּעַ תּוֹלְדוֹת י"ד

En al van het geslacht van Avraham tot het geslacht van Davied is veertien. En van Davied tot de ballingschap in Bavel veertien geslachten. En van de ballingschap in Bavel tot Jesjoea veertien geslachten.

Vier koningen van J’hoedah ontbreken, zie 1 Kron. 3:11-12 en 15: AchazJAH (Ahazia), JOaasj (Joas), AmmatsJAH (Amazia) en JOjaqiem, vanwege Deut. 29:20
Er worden vier vrouwen bij name genoemd: Tamaar, Rachaav, Roet en Mirjaam. Dan is er nog de vrouw van OeriJAH: Bat-Sjeva (Batseba) Het noemen van namen van vrouwen in een Hebreeuws geslachtsregister is ongebruikelijk

18.

וְלֵידַת מִיֵּשּׁוּעַ הָיָה בְּזֶה הָאוֹפַן וַיְהִי כַּאֲשֶׁר הָיְתָה אִמּוֹ אֲרוּסָה לְיוֹסֵף קוֹדְם שֶׁיָּדַע אוֹתָהּ נִמְצֵאת מֵעוֹבֶרֶת מֵרוּחַ הַקֹּדֶשׁ

En de geboorte van Jesjoea gebeurde op deze manier: het gebeurde toen Zijn moeder door Joseeph in ondertrouw genomen was, voordat zij samengekomen waren en zij was zwanger uit de Heilige Geest.

Samengekomen, letterlijk: ‘seksueel bekennen’ of ‘gemeenschap hebben’
‘zij was zwanger uit’, in DuTillet staat: ‘zij zwanger werd bevonden door’

19.

וְיוֹסֵף אִישָׁהּ צַדִּיק הָיָה וְלֹא רָצָה לֵישֵׁב עִמָּהּ וְלֹא לְגַּלוֹתָהּ לְהָבִיאָהּ לַבּוּשָׁה וְלֹא לְאוֹסְרָהּ לָמוּת אֲבָל הָיָה רוֹצֶה לְכַסּוֹת עָלֶיהָ

En Joseeph, haar man, was rechtvaardig en wilde niet bij haar blijven, maar wilde haar heimelijk verlaten om haar niet tot schande te maken, zodat zij omwille van de verbintenis niet gedood wordt. Hij wilde haar eer herstellen.

‘En Joseeph, haar man, was rechtvaardig’ in de Peshitta staat: ‘Omdat haar echtgenoot, Joseeph, rechtvaardig was’, het woord voor echtgenoot (ba’la) vormt een tegenstelling tot ‘gabra’ in vers 16
Verlaten, letterlijk: deportatie
Verbintenis, daarmee wordt de ondertrouw bedoeld, het huwelijk is al wettelijk. Ondertrouw duurt ongeveer twaalf maanden.

20.

וּבְחָשָׁבוֹ בְּזֶה הַדָּבָר בְּלִבּוֹ וְהִנֵה מַלְאַךְ נִרְאָה אֵלָיו בַּחֲלוֹם לֵאמוֹר יוֹסֵף בֶּן-דָּוִד אַל תִּירָא לִקַּחַת אִשְׁתְּךָ מִרְיָם שְׁמָּרוּחַ הַקָּדוֹשׁ הִיא מֵעוֹבֶרֶת

En terwijl hij dit beraamde en overlegde in zijn hart, maar zie! een engel verscheen hem in een droom, door te zeggen: Joseeph, zoon van Davied, wees niet bevreesd uw vrouw Mirjaam tot u te nemen uit de Heilige Geest is zij zwanger.

Beraamde, letterlijk: ‘denkend beramen’

21.

וְתֵלֵד בֵּן וְתִּקְרָא שְׁמוֹ יֵשּׁוּעַ כִּי הוּא יוֹשִׁיעַ אֶת-עַמִּי מֵעֲוֹנוֹתָם

En zij zal een Zoon baren, en u zult Zijn naam noemen Jesjoea, want Hij zal Mijn volk verlossen van hun zonden.

Er is woordverband tussen de naam ‘Jesjoea’, dat is ‘JAHWEH is verlossing’, en het woord ‘verlossen’: יוֹשִׁיעַ (josji’a)
Alleen in Shem Tov staat ‘Mijn volk’ in plaats van ‘Zijn volk’, het verschil tussen een waav (ו) en jod (י)
‘van hun zonden’, in DuTillet staat: ‘van al hun zonden’

22.

כֹּל זֶה לְגַמוֹר מָה שֶׁנִּכְתַּב מֵאֵת הַנָּבִיא עַל פִּי יַהְוֶה

Dit alles is vervuld om hetgeen geschreven is en door de mond van de profeet gesproken is door JAHWEH:

‘door de mond’, letterlijk: over de mond
‘de profeet’ is hier de profeet J’sjaJAH of J’sjaJAHOE (Jesaja), zijn naam betekent: JAHWEH is (mijn) heil

23.

הִנֵּה הָעַלְמָה הָרָה וְתֵלֵד בֵּן וְקָרָאת שְׁמוֹ עִמָּנוּאֵל
שֶׁרֹצֵה לוֹמַר עִמָּנוּ אֱלֹהִים

“Zie! De maagd zal zwanger worden en een Zoon baren. En Zijn naam noemen: Immanoe'eel!”
Dat betekent: Elohiem met ons.

Citaat uit Jesaja 7:14
‘maagd’ in de Septuagint wordt het Hebreeuwse woord עַלְמָה (almah) vertaald met Griekse woord παρθένος (parthenos), dit woord wordt tevens gebruikt in Griekse handschriften.
Er is woordverband tussen ‘mijn volk’ (ami) en de naam ‘Immanoe’eel’
Elohiem: (God) machtige, een titel voor JAHWEH

24.

וַיִּקַץ יוֹסֵף מִשְׁנַתוֹ וַיַּעַשׂ כְּכֹל אֲשֶׁר צִּוָּה אוֹתוֹ מַלְאַךְ יַהְוֶה וְיִּקַּח אֶת-אִשׁתּוֹ

En toen Joseeph wakker geworden was uit zijn slaap, ging hij doen alles zoals de Engel van JAHWEH bevolen had en hij nam zijn vrouw.

‘en hij nam zijn vrouw’ dat wil zeggen dat Joseeph en Mirjaam trouwden
‘Engel van JAHWEH’, dit wordt gezien als verschijning van Jesjoea, de Messias. Teksten die daarvan getuigen zijn bijvoorbeeld: Richt. 13:18 en Jes. 9:5

25.

וְלֹא יָדַע אוֹתָהּ עַד שֶׁיָלְדָה בְּנָהּ הַבְּכוֹר וַיִּקְרָא אֶת-שְׁמוֹ יֵשׁוּעַ

Maar hij had geen gemeenschap met haar totdat zij haar eerstgeboren Zoon baarde en hij noemde Zijn naam: JESJOEA.