Hebreeuws Mattheüs

Hoofstukken:

1.

וַיְהִי כַּאֲשֶׁר נוֹלַד יֵשׁוּעַ בְּבֵית-לֶחֶם יְהוּדָה בִּימֵי הוֹרוֹדוֹס הַמֶּלֶךְ
וְהִנֵּה חוֹזִים בַּכּוֹכָבִים בָּאִים מִמִּזְרַח לִיְרוּשָׁלַם

En het gebeurde toen Jesjoea geboren werd in Beejt-Lechem, in J’hoedah, in de dagen van Herodes, de koning. En zie! Zieners van sterren uit het oosten kwamen in J’roesjalajiem aan,

Beejt-Lechem: (Bethlehem) huis van brood
Herodes, dat is Herodes de Grote of Herodes I, een Edomiet
Het woord ‘zieners’ kan ook vertaald worden met ‘astrologen’, in de DuTillet en Münster staat ‘tovenaars’ (כְּשָׁפִים), dit woord komt o.a. voor in Ex. 7:11 en Dan. 2:2. In Griekse handschriften staat ‘magiërs’ (μαγοι)
J’roesjalajiem: (Jeruzalem) fundament van vrede

2.

לֵאמֹר אַיֵּה מֶלֶךְ הַיְהוּדִים הַנּוֹלָד רָאִינוּ כוֹכָבוֹ בַּמִּזְרָח וּבְמַתָּנוֹת חֲשׁוּבוֹת בָּאוּ לְהִשְׁתַּחֲווֹת לוֹ

door te zeggen: Waar is de Koning van de Joden geboren? Wij hebben Zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om voor Hem te buigen. En hebben geschenken meegenomen.

Buigen, letterlijk: ‘zich diep buigen in aanbidding’ of ‘zich neerwerpen’

3.

וְשָׁמַע הוֹרוֹדוֹס הַמֶּלֶךְ וַיּבַהֵל וְכֹל יוֹשְׁבֵי יְרוּשָׁלַם עִמּוֹ

Maar toen Herodes, de koning, dat hoorde, schrok hij en alle bewoners van J’roesjalajiem met hem.

In DuTillet staat dit vers als volgt: ‘Maar toen Herodes, de koning, dat hoorde, schrok hij, was vervuld van woede, en heel J’roesjalajiem met hem’

4.

וְיִקְבּוֹץ כֹּל גְּדוֹלָיו הַחֲכָמִים וְהַסוֹפְרִים וַיְבַקֵּשׁ מֵהֶם אִם הָיוּ יוֹדְעִים בְּאֵיזֶה מָקוֹם נוֹלָד הַמַשִׁיחַ

En hij verzamelde al zijn edelen, de wijzen en schriftgeleerden en hij vroeg aan hun wat zij wisten van de plaats waar de Messias geboren wordt.

‘al zijn edelen, de wijzen en schriftgeleerden’ in DuTillet en Münster staat: alle oversten, priesters en schriftgeleerden van het volk’
‘vroeg’, letterlijk: ‘vragen’ of ‘eisen’, in de DuTillet en Münster staat ‘opeisen’ (דְרוֹשׁ)

5.

וַיַעֲנוּ אֵלָיו בְּבֵּית-לֶחֶם יְהוּדָה כִּכְתִיב עַל פִּי הַנָּבִיא

En zij antwoordden: in Beejt-Lechem J’hoedah, zoals geschreven staat en door de mond van de profeet gesproken:

‘door de mond’, letterlijk: over de mond
‘de profeet’ is hier de profeet Micha (afkorting van MichaJAH: wie is gelijk aan JAHWEH?), deze naam wordt wel genoemd in de Codex Ephraemi Rescriptus, een Grieks handschrift

6.

וְאַתָּה בֵית-לֶחֶם יְהוּדָה אֶפְרָתָה אֶרֶץ יְהוּדָה הֵן אַתָּה צָעִיר בְּאַלְפֵי יְהוּדָה מִמְּךָ לִי יֵצֵא לִהְיוֹת מוֹשֵׁל בְּיִשְׂרָאֵל

“En u Beejt-Lechem J’hoedah, land van Ephratah, zie! u bent onbeduidend onder de duizenden in J’hoedah, uit u zal Mij voortkomen om een Heerser te zijn in Jisraeel.”

Ephratah: (Efratha) vruchtbaarheid
Jisraeel: (Israël) El strijdt, in DuTillet en Münster staat ‘Mijn volk Jisraeel’

7.

אָז קָרָא הַמֶּלֶךְ הוֹרוֹדוֹס לַקּוֹסְמִים בַּסָתֶר וְיִשְׁאַל מֵהֶם הֵיטֵב זְמָן רָאִיתָ הַכּוֹכָב לָהֶם

Toen riep de koning Herodes onopgemerkt de zieners tot zich en hij ondervroeg hen grondig op welke tijd zij de ster gezien hadden.

‘zieners’ is in dit vers een ander woord dan in vers 1: ‘waarzeggers’ (קוֹסְמִים), in DuTillet en Münster staat ‘tovenaars’ (כְּשָׁפִים).
‘tijd’, letterlijk: ‘vastgestelde tijd’

8.

וְיִּשְׁלָחֵם לְבֵית-לֶחֶם וַיֹּאמֶר אֲלֵיהֶם לְכוּ וְשָׁאֲלוּ הֵיטֵב בְּעַד הַיֶּלֶד וּבְמוֹצַאֲכֶם אוֹתוֹ הִגִּידוּ לִי וְגַם אֲנִי אָבֹא אֵלָיו לְהִשְׁתַּחֲווֹת

En hij stuurde hen naar Beejt-Lechem en zei hen: doe grondig onderzoek naar het geboren Kind. En wat jullie hebben onderzocht, bericht dat aan mij. Opdat ook ik kan komen naar Hem om voor Hem te buigen.

‘buigen’, letterlijk: eerbied betuigen door diep te buigen

9.

וַיִּשָּׁמְעוּ אֶל הַמֶּלֶךְ וְיֵלְכוּ וְהִנֵּה הַכּוֹכָב אֲשֶׁר רָאוּ בַּמִּזְרָח הוֹלֵךְ לִפְנֵיהֶם עַד בּוֹאָם אֶל הַמָּקוֹם וְכַאֲשֶׁר בָּאוּ בֵּית-לֶחֶם עָמַד נֶגֶד הַמָּקוֹם אֲשֶׁר שָׁם הַיֶּלֶד

En toen zij de koning aangehoord hadden, gingen zij op weg. En zie! De ster die zij gezien hadden in het oosten ging hen voor naar de plaats.
En wees hun de weg naar Beejt-Lechem en ging staan bij de plaats waar het Kind was.

‘en ging staan bij de plaats’, in DuTillet en Münster staat: ‘ging staan boven de plaats’
‘En wees hun de weg naar Beejt-Lechem’ komt niet voor in Griekse handschriften, DuTillet en Münster

10.

וַיְהִי כַּאֲשֶׁר רָאוּ אֶת-הַכּוֹכָב שָׂמְחוּ שִׂמְחָה גְּדוֹלָה עַד מְאֹד

En het gebeurde toen zij de ster zagen, dat zij zich verheugden met zeer grote vreugde.

‘zich verheugden’ kan ook vertaald worden als ‘feest vieren’
Er is woordverband tussen ‘zich verheugden’ (sjamchoe) en ‘vreugde’ (sjimchah)

11.

וְיָּבִיאוּ אֶל הַבַּיִת וְיִמְצָאֻהוּ וְאֶת-מִרְיָם אִמּוֹ וַיִּכְרְעוּ לִפָנָיו וְיִּשְׁתַּחֲווּ לוֹ וַיִּפְתָּחוּ אֶת-אַמְתְּחוֹתֵיהֶם וַיָבִיוּ אֵלָיו מַתָּנוֹת זָהָב וּלְבוֹנָה וּמוֹר בְּלֹעֵז מִיְּרַא

En binnengekomen in het huis vonden zij Mirjaam, Zijn moeder, en zij bogen zich eerbiedig voor Hem. En zij openden hun zakken en brachten Hem geschenken: goud, wierook en mirre, in de vreemde taal: mirra.

Het woord ‘zakken’ kan ook vertaald worden met ‘graanzakken’, in DuTillet en Münster staat ‘schatten’ of ‘rijkdommen’
‘en zij bogen zich eerbiedig voor Hem’, letterlijk: ‘en zij bogen voor Zijn aangezicht en bogen eerbiedig voor Hem’
Voor het woord ‘brachten’ staat in de DuTillet en Münster ‘nadering doen’ of ‘offeren’
Vreemde taal: Grieks

12.

וַיְצַווּ בַּחֲלוֹם מִהַמַלְאָךְ לְבִילְתִּי שׁוּב אֶל הוֹרוֹדוֹס וַיִפְנוּ דֶּרֶך אַחֶרֶת לָלָכֶת אֶל אַרְצָם

En de Engel gebood in een droom hen om niet terug te keren naar Herodes, maar dat men zich omkeren via een andere weg om naar hun land te gaan.

In DuTillet staat voor het woord ‘droom’: ‘ingesloten in een diepe slaap’ waarna er staat: ‘En zie! De Engel verscheen aan hen’
‘gebood’ kan ook vertaald worden met ‘bevelen’ en ‘opdragen’, in DuTillet staat: ‘zorg dat je’

13.

הֵמָּה הוֹלְכִים וְהִנֵּה מַלְאַךְ יַהְוֶה נִרְאָה בַּחֲלוֹם אֶל יוֹסֵף לֵאמֹר קוּם וְקַח אֶת-הַנַּעַר וְאֶת-אִמּוֹ וּבְרַח לְמִצְרָיִם וְשָׁם תַּעֲמוֹד עַד אָמְרִי אֵלֶיךָ כִּי הוֹרוֹדוֹס יְבַקֵּשׁ אֶת-הַנַּעַר לַהֲרוֹג

Zij gingen weg, en zie! De Engel van JAHWEH verscheen in een droom aan Joseeph door te zeggen: Sta op en neem de Jongen en Zijn moeder en vlucht naar Mitsrajiem. En blijf daar totdat Ik het u zal zeggen, want Herodes zoekt de Jongen om het te doden.

‘de Jongen’, er wordt in dit vers niet gesproken over een kind, mogelijk was Jesjoea van de borst, zoals Jitschaaq in Gen. 21:8
Mitsrajiem: (Egypte) ‘benauwdheden’, ‘nauwe plaats’ of ‘het land van de grenzen’, vernoemd naar de zoon van Chaam (Cham), de zoon van Noach, zie Gen. 10:6
‘zoeken’ kan ook vertaald worden met ‘opeisen’
‘om het te doden’, in Münster staat: ‘maar tot Zijn (dat is: de Jongen) ondergang’

14.

וַיָּקָם וַיִּקַּח אֶת-הַנַּעַר וְאֶת-אִמּוֹ בַּלָיְלָה וַיִּלֶךְ לְמִצְרַיִם

En hij stond op en hij nam de Jongen en Zijn moeder in de nacht en ging naar Mitsrajiem.

In DuTillet staat dit vers als volgt: ‘En wakker geworden deed hij zoals de Engel gezegd had en hij nam de Jongen en Zijn moeder in de nacht en ging naar Mitsrajiem.’

15.

וַיְהִי שָׁם עַד מֹת הוֹרוֹדוֹס לְגַמּוֹר מָה שֶׁנֶּאֱמַר עַל פִּי הַנָּבִיא וּמִמִּצְרָיִם קָרָאתִי לִבְנִי

En het gebeurde tot aan de dood van Herodes dat in vervulling ging wat gesproken is door de mond van de profeet: “En uit Mitsrajiem roep Ik Mijn Zoon.”

‘door de mond van de profeet’, letterlijk: over de mond van de profeet
‘de profeet’ is hier de profeet Hosjea (Hosea), zijn naam betekent: verlossing
Citaat uit Hos. 11:1

16.

אָז רָאָה הוֹרוֹדוֹס שִֶרָאוּ אוֹתוֹ הַקּוֹסְמִים וַיֵרַע אֵלָיו מְאֹד וַיִּתְעַצֵּב אֶל לֵבּוֹּ וַיְצַו וַיִּשְׁלַח לְכָל שָׂרָיו לַהֲרוֹג לְכָל הַיְּלָדִים אֲשֶׁר בְבֵית-לֶחֶם וּגְבוּלֶיהָ הַנּוֹלָדִים מִשְׁנֵי שְׁנַיִם וּלְמַטָּה כְּפִי הַזְּמָן אֲשֶׁר אָמְרוּ לוֹ הַקּוֹסְמִים שֶׁנּוֹלַד הַנַּעַר

Toen Herodes zag dat de zieners niet terugkwamen, werd hij kwaad en was zeer gekwetst in zijn hart. Hij beval en zond al zijn oversten om alle kinderen in Beejt-Lechem en in het gebied rondom te doden, die geboren waren vanaf de tijd, vanaf twee jaar en omlaag tot het uiteinde van de tijd, dat de zieners hem gezegd hadden dat de Jongen geboren was.

‘de zieners niet terugkwamen’ in DuTillet: ‘toen de tovenaars hem bedrogen hadden’.
‘kinderen’, in DuTillet en Münster staat: jongens.
‘tijd’, letterlijk: ‘vastgestelde tijd’.

17.

אָז נְשַׁלֵם הַדָּבָר מָה שֶׁאָמַר יִרְמְיָה הַנָּבִיא

Toen werd vervuld het woord wat door Jirm’JAH, de profeet, gezegd was:

JirmeJAH of JirmeJAHOE: (Jeremia) JAHWEH grondvest

18.

קוֹל בְּרָמָה נִשְׁמַע נְהִי בְּכִי תַּמְרוּרִים רָחֵל מִבַכָּה עַל בָּנֶיהָ מֵאֲנָה לְהִנָּחֵם עַל בָּנֶיהָ כִּי אֵינֶנּוּ

“Een stem wordt gehoord in Ramah, een klaagzang, een bitter geween. Racheel weent over haar Zoon, zij weigert zich te laten troosten over haar Zoon, want Hij is er niet”

Citaat uit Jeremia 31:15
Ramah: (Rama) hoogte. Ramah in Binjamien (Benjamin) ligt 8 km ten noorden van J'roesjalajiem, ongeveer 18 km van Beejt-Lechem.
Racheel: (Rachel) ooi (vrouwelijk schaap), vrouw van Jaäqov, zij ligt begraven ten noorden van Beejt-Lechem, zie Gen. 35:16-20.

19.

וַיְהִי כַּאֲשֶׁר מֹת הוֹרוֹדוֹס הַמֶּלֶךְ וּמַּלְאַך יַהְוֶה נִרְאָה בַּחֲלוֹם אֶל יוֹסֵף בְּמִצְרַיִם

En het gebeurde toen Herodes, de koning, dood was, de Engel van JAHWEH verscheen Joseeph in een droom, in Mitsrajiem,

Herodus de Grote stierf in het jaar 1 voor de gangbare jaartelling, volgens Titus Flavius Josephus (Joseeph ben MattitJAHOE)

20.

לֵאמֹר קוּם קַח אֶת-הַנַּעַר וְאֶת-אִמּוֹ וְלֶךְ אֶל אֶרֶץ יִשְׂרָאֵל כִּי מֵתוּ הַמְבַקְשִׁים אֶת-הַנַּעַר לְהָמִית

door te zeggen: Sta op, neem de Jongen en Zijn moeder en ga heen naar het land Jisraeel, want hij die de Jongen zocht te laten doden is dood.

‘zocht’ kan ook vertaald worden met ‘opeisen’

21.

וַיָּקָם וַיִּקַּח אֶת-הַנַּעַר וְאֶת-אִמּוֹ וַיָּשׁוּבוּ לְאֶרֶץ יִשְׂרָאֵל

En hij stond op en hij nam de Jongen en Zijn moeder en keerde terug naar het land Jisraeel.

In DuTillet staat voor het woord ‘terugkeren’ wat vertaald kan worden met: ‘brengen’ en ‘doen binnengaan’.

22.

וַיִּשְׁמַע כִּי הוֹרְקַנוֹס שְׁמוֹ אַרְגֵילַאֹס מָלַךְ בִּיְהוּדָה תַּחַת הוֹרוֹדוֹס אָבִיו וַיִּרָא לָלֶכֶת שָׁם וִיזָרְזֵהוּ הַמַּלְאָךְ בַּחֲלוֹם וַיִּפֶן אֶל אֶרֶץ הַגָּלִיל

Maar hij hoorde toen dat Horcanus, zijn naam is Archelaüs, koning in J'hoedah was geworden in plaats van zijn vader Herodes, zodat hij vreesde daar naar terug te gaan, maar hij werd aangespoord door de Engel in een droom om te gaan naar het land van Ghaliel.

Archelaüs wordt DuTillet geschreven als: אַרקֵילַאוֹס, dat betekent: leider van mijn volk. Hij regeerde over J’hoedah, Sjomron (Samaria) en Edom (Idumea) tot het jaar 6 van de gangbare jaartelling toen hij door keizer Augustus werd afgezet en verbannen naar Vienna (Gallië). Zijn broer, Herodes Antipas, regeerde over Ghalil en Perea.
Ghaliel: (Galilea) landstreek

23.

וְיָּבֹא וְיִּשְׁכּוֹן בְּעִיר הַנִּקְרֵאת נָצְרַת לְקַייֵּם מָה שֶׁאָמַר הַנָּבִיא כִּי נֹצְרִי יִקָּרֵא

En hij ging wonen in de stad genaamd Natsrat, tot bekrachtiging wat gezegd is door de profeet: want Hij zal een Notsri genoemd worden.

Natsrat: (Nazareth) is overgenomen van de DuTillet, in Shem Tov staat de oude spelling, er is woordverband met נֵצֶר (netser): ‘spruit’, ‘loot’ of ‘uitloper’
Notsri: (Nazarener) afkomstig uit N’tsaret
‘de profeet’ is hier de profeet Z’charJAH: (Zacharia) JAHWEH is gedachtig geweest